ECLI:NL:HR:2025:824

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
26 mei 2025
Zaaknummer
23/01124
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1.1 Wet dierenArt. 437 lid 2 SvArt. 432a SvArt. 4.2.4 Procesreglement Hoge Raad
Verwijzingen
5 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep mishandeling hond wegens ontbreken geldige cassatiemiddelen

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling van een hond die hij trainde, in strijd met artikel 2.1.1 van de Wet dieren. Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2023 stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Namens de verdachte diende de advocaat een cassatiemiddel in, maar de advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De raadsman van de verdachte reageerde schriftelijk, maar deze reactie was niet correct ingediend volgens artikel 432a Sv en het Procesreglement Hoge Raad. Ondanks gelegenheid tot herstel werd dit verzuim niet hersteld.

De Hoge Raad oordeelde dat alleen stellige en duidelijke klachten over rechtsregels of vormverzuimen als cassatiemiddelen kunnen gelden. De ingediende schriftuur voldeed hier niet aan en bleef onbesproken. Omdat de verdachte niet binnen de wettelijke termijn geldige cassatiemiddelen had ingediend, kon het beroep niet in behandeling worden genomen.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Dit arrest werd uitgesproken op 27 mei 2025 door de strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01124
Datum27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2023, nummer 21-000177-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.J.M. Kobossen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. Deze schriftelijke reactie is in strijd met artikel 432a van het Wetboek van Strafvordering en artikel 4.2.4. van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden niet ingediend door plaatsing in het webportaal. De raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen maar daarvan is geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad zal daarom op deze schriftelijke reactie geen acht slaan.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 mei 2025.