ECLI:NL:HR:2025:829

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
30 mei 2025
Zaaknummer
25/00407
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 EVRMArt. 3 EVRMArt. 31.1 WOTS
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak over overname tenuitvoerlegging buitenlandse gevangenisstraf

De zaak betreft een verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf die in Zwitserland is opgelegd aan een Nederlander voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag, medeplegen van diefstal met geweld, diefstal door braak en valsheid in geschrift.

De veroordeelde stelde in cassatie onder meer dat het specialiteitsbeginsel was geschonden en dat zijn recht op een eerlijk proces was aangetast in strijd met artikel 6 EVRM Pro. Daarnaast voerde hij een strafmaatverweer aan tegen de omzetting van de Zwitserse straf naar de Nederlandse straf.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank Rotterdam. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is daarom verworpen en de overname van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van 14 jaren en 9 maanden blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de overname van de gevangenisstraf blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00407 W
Datum3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2024, nummer WTS-I-2023040261, omtrent een verzoek van Zwitserland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] 1979,
hierna: de veroordeelde.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2025.