ECLI:NL:HR:2025:837

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
22/03500
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300.1 SrArt. 359.2 SvArt. 81.1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep mishandeling met contactverbod en termijnoverschrijding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake meermalen gepleegde mishandeling van de vriendin van de verdachte. Het hof had het verzoek van de verdachte om de aangeefster opnieuw als getuige te horen afgewezen en een contactverbod als bijzondere voorwaarde opgelegd. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de verdachte over deze beslissingen en oordeelde dat deze niet tot vernietiging konden leiden.

De Hoge Raad stelde vast dat het hof een uitdrukkelijk en onderbouwd standpunt had ingenomen over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster, conform artikel 359 lid 2 Sv Pro. Ook werd de motivering van het contactverbod als bijzondere voorwaarde door het hof voldoende onderbouwd geacht in het licht van de bewezenverklaarde feiten en omstandigheden.

Hoewel de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, achtte de Hoge Raad dit niet aanleiding tot een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het contactverbod en de voorwaardelijke gevangenisstraf worden gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03500
Datum3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 september 2022, nummer 23-003046-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G. Spong bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juni 2025.