Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
3 juni 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake meermalen gepleegde mishandeling van de vriendin van de verdachte. Het hof had het verzoek van de verdachte om de aangeefster opnieuw als getuige te horen afgewezen en een contactverbod als bijzondere voorwaarde opgelegd. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de verdachte over deze beslissingen en oordeelde dat deze niet tot vernietiging konden leiden.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof een uitdrukkelijk en onderbouwd standpunt had ingenomen over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster, conform artikel 359 lid 2 Sv Pro. Ook werd de motivering van het contactverbod als bijzondere voorwaarde door het hof voldoende onderbouwd geacht in het licht van de bewezenverklaarde feiten en omstandigheden.
Hoewel de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, achtte de Hoge Raad dit niet aanleiding tot een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het contactverbod en de voorwaardelijke gevangenisstraf worden gehandhaafd.