Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 juni 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland het klaagschrift van de klager, ingediend op grond van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaard. De reden was dat het in beslag genomen voertuig inmiddels onherroepelijk verbeurd was verklaard in een strafzaak tegen de zus van de klager, waardoor volgens de rechtbank het verzoek niet meer toegewezen kon worden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat deze niet-ontvankelijkverklaring onbegrijpelijk is. De rechtbank heeft miskend dat het in een beklagprocedure op grond van artikel 552b Sv juist gaat om de beoordeling of de klager als belanghebbende kan worden aangemerkt en of er grond bestaat voor herroeping van de verbeurdverklaring, mede gelet op artikel 33a lid 2 sub a Sr.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt de beschikking, wijst de zaak terug en beveelt herbehandeling.
Deze uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad (HR:2020:1370) betreffende de beoordeling van klaagschriften tegen verbeurdverklaringen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het klaagschrift en wijst de zaak terug voor herbehandeling.