ECLI:NL:HR:2020:1370

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2020
Publicatiedatum
3 september 2020
Zaaknummer
19/03130
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552b Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking inzake klaagschrift na verbeurdverklaring auto

De zaak betreft een klaagschrift ingediend op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, waarin klager verzocht om teruggave van een personenauto die op 11 april 2019 onder zijn zus in beslag was genomen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het klaagschrift op 26 juni 2019 ongegrond.

Later bleek uit inlichtingen dat de auto bij vonnis van 17 januari 2020 in de strafzaak tegen de zus van klager onherroepelijk verbeurd was verklaard. Omdat tegen dit vonnis geen hoger beroep was ingesteld, was het vonnis definitief geworden.

De Hoge Raad stelt dat wanneer een gerecht dat bevoegd is tot behandeling van een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv vaststelt dat het voorwerp inmiddels onherroepelijk verbeurd is verklaard, het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift op grond van artikel 552b Sv. Indien het gerecht niet bevoegd is om het klaagschrift als zodanig te behandelen, moet het de stukken doorzenden naar het gerecht dat wel bevoegd is.

In deze zaak is het vonnis met verbeurdverklaring pas onherroepelijk geworden in de cassatiefase van de beklagzaak, maar ook dan geldt dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift op grond van artikel 552b Sv. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling en afdoening.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak door naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03130 B
Datum15 september 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 26 juni 2019, nummer RK 19-004673, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen.

2.Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank

2.1
Bij een op 13 mei 2019 ter griffie van de rechtbank Noord-Nederland ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is namens de klager om teruggave verzocht van een op 11 april 2019 onder klagers zus [betrokkene 1] inbeslaggenomen personenauto. Daartoe is namens de klager onder meer gesteld dat die personenauto hem toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 26 juni 2019 ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Noord-Nederland, zoals vermeld in diens conclusie onder 4, blijkt dat de personenauto waarvan klager teruggave verzoekt bij vonnis van 17 januari 2020 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.
2.3
Het volgende moet worden vooropgesteld. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de desbetreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, dit klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284).
2.4
In dit geval is het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het ingevolge het tweede lid van artikel 552b Sv bevoegde gerecht.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 september 2020.