Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
10 juni 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond een 50-jarige leraar terecht voor ontucht met een 16-jarige leerlinge. De rechtbank sprak verdachte vrij van fysiek contact, maar veroordeelde hem voor het sturen van seksueel getinte foto’s en video’s. In hoger beroep bevestigde het hof deze uitkomst en motiveerde zijn oordeel uitvoerig aan de hand van verklaringen, appgesprekken en getuigenverklaringen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onrechtmatig bewijs gebruikte door zijn verklaring, waarin hij zich op zijn zwijgrecht had beroepen, toch mee te wegen. Ook voerde hij aan dat het bewijsminimum niet was gehaald en dat de verklaringen van de aangeefster onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden, mede omdat het hof voldoende andere bewijsmiddelen had om de bewezenverklaring te dragen.
Het hof had vastgesteld dat verdachte en aangeefster intensief contact hadden via WhatsApp, waarbij verdachte meerdere seksueel getinte foto’s en video’s had gestuurd. Daarnaast waren er getuigenverklaringen die het contact bevestigden. Het hof vond de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar en voldoende ondersteund. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van verdachte.
De Hoge Raad handhaafde daarmee het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 april 2024, waarin verdachte werd veroordeeld voor het sturen van seksueel getinte beelden, maar vrijgesproken voor fysiek contact met de minderjarige.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor sturen seksueel getinte beelden en vrijspraak voor fysiek contact.