Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 juni 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een 26-jarige gymdocent die tussen mei 2019 en mei 2020 meermalen ontucht pleegde met een 16-jarige leerlinge van een kleinschalige middelbare school voor leerlingen met autisme en ADHD. De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het hof verklaarde hem schuldig en legde het bewijs vast op grond van verklaringen van het slachtoffer, verhoren, en videobeelden van seksuele handelingen.
Het hof oordeelde dat het slachtoffer aan de opleiding, zorg en waakzaamheid van de verdachte was toevertrouwd, ondanks dat de verdachte niet direct les aan haar gaf maar wel een gezagsverhouding had als docent en stagiair. Het hof benadrukte het grote leeftijdsverschil en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, mede door haar voorgeschiedenis van een traumatische gebeurtenis met een zwemleraar.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst op de strekking van artikel 249 lid 1 oud Pro Sr, dat minderjarigen beschermt die door afhankelijkheid en overwicht minder weerstand kunnen bieden. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en verwerpt het cassatieberoep tegen de veroordeling voor ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.