Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
10 juni 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen van circa € 200.000. De Hoge Raad heeft de klachten over het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, zodat het beroep voor het overige wordt verworpen.
De Hoge Raad constateert dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met tien maanden.
De Hoge Raad vernietigt daarom uitsluitend het deel van het hofarrest dat betrekking heeft op de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot negen maanden en twee weken. De rest van het arrest blijft in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep in cassatie wordt voor het overige verworpen.