ECLI:NL:HR:2025:876

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
23/03015
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake precariobelasting 2020

Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake de precariobelasting over het jaar 2020 behandelde.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam ongewijzigd van kracht.

Het arrest is op 6 juni 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/03015
Datum6 juni 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2023, nr. 22/00399 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 20/6119) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2020 opgelegde aanslag in de precariobelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door B.J. de Laaf, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025.