ECLI:NL:HR:2025:943

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
24/04624
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

De Hoge Raad heeft op 13 juni 2025 het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024 behandeld. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift op 12 februari 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld om dit te voldoen.

Ondanks dat de brief volgens Track&Trace is afgeleverd, is het griffierecht niet betaald. Vervolgens heeft de griffier op 14 april 2025 een tweede aangetekende brief gestuurd met de mogelijkheid om een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief is volgens Track&Trace afgehaald, maar de indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/04624
Datum13 juni 2025
ARREST
op het door A.F.M.J. Verhoeven ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2024, nrs. BK-ARN 23/1767 tot en met BK-ARN 23/1773.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 12 februari 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 14 april 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. De indiener van het beroepschrift heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.