Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak betreffende gewoontewitwassen werd de verdachte door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan. De Hoge Raad beoordeelde de klachten over de uitspraak van het hof en verwierp deze, behalve de klacht over de overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad stelde vast dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de taakstraf tot 216 uren, subsidiair 108 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 216 uren en de vervangende hechtenis tot 108 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.