Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een dodelijk verkeersongeval op Curaçao waarbij de verdachte een voetganger met een snelheid van 50 à 60 km/u heeft aangereden terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde echter dat de verdachte onvoldoende oplettend was en dat zijn alcoholgebruik bijdroeg aan zijn schuld aan het ongeval. Tevens stelde het hof vast dat het bloedalcoholgehalte van de verdachte ruim twee uur na het ongeval ruim tweemaal de wettelijke limiet was, wat wijst op een nog hoger promillage ten tijde van het ongeval.
De verdediging voerde cassatieberoepen aan tegen het oordeel van het hof over schuld en rijden onder invloed. De Hoge Raad verwierp deze beroepen, verwijzend naar de conclusie van de advocaat-generaal. Het hof had terecht geoordeeld dat het alcoholgebruik van de verdachte zijn reactie- en waarnemingsvermogen had verminderd en dat hij daardoor niet in staat was tot behoorlijk besturen.
Het arrest bevestigt dat het hof voldoende bewijs had voor het schuldverwijt en het rijden onder invloed, ondanks dat het hof niet expliciet op alle door de verdediging aangevoerde punten was ingegaan. De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof begrijpelijk en niet onjuist van rechtswege.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt schuld en rijden onder invloed bij het dodelijk verkeersongeval.