ECLI:NL:HR:2025:969
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 augustus 2024. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener op 24 februari 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres.
Ondanks deze aanmaning is het griffierecht niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier op 23 april 2025 opnieuw een aangetekende brief gestuurd waarin de indiener de gelegenheid kreeg om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief is afgeleverd, maar er is geen reactie ontvangen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest is op 20 juni 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.