ECLI:NL:HR:2025:986

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
23/04242
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 300.1 SrArt. 266.1 SrArt. 267.1.2 SrArt. 2.C Opiumwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onjuist verstek bij afwezigheid verdachte door detentie in buitenland

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling, belediging van een ambtenaar en het aanwezig hebben van harddrugs. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 28 maart 2023 was uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie, omdat de woon- of verblijfplaats van de verdachte niet bekend was. Op die zitting verscheen de verdachte niet, noch zijn raadsman, waarna het hof verstek verleende en het onderzoek voortzette.

In cassatie werd een document overgelegd waaruit bleek dat de verdachte tijdens de zitting in hoger beroep in Zwitserland gedetineerd was in verband met een andere strafzaak. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft gehandeld door verstek te verlenen, omdat de verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht.

Gezien het grote belang van de aanwezigheid van de verdachte bij de behandeling van zijn zaak, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting in aanwezigheid van de verdachte.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting in aanwezigheid van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04242
Datum24 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2023, nummer 23-001768-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak in Zwitserland was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2.1
Bij de stukken bevinden zich:
a. een akte van uitreiking die inhoudt dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 28 maart 2023 op 9 februari 2023 is uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat de woon- of verblijfplaats van de verdachte niet bekend is;
b. het proces-verbaal van die terechtzitting dat inhoudt dat daar de verdachte niet is verschenen en ook niet een raadsman, dat tegen de verdachte verstek is verleend en dat het onderzoek is gesloten.
2.2.2
In cassatie is – door aanhechting aan de schriftuur – een ‘Urteil’ van het Strafgericht des Kantons Basel-Stadt (Zwitserland) van 18 augustus 2023 overgelegd, waaruit volgt dat de verdachte zich ten tijde van die uitspraak in Justizvollzugsanstalt Lensburg in Zwitserland bevond. Verder volgt daaruit dat aan hem een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van tien maanden is opgelegd, onder aftrek van het voorarrest waarin hij zich sinds 14 september 2022 bevond.
2.3
Als de dagvaarding van een verdachte die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, geldig is betekend (uitgereikt) en de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen en zijn raadsman ook niet, kan de rechter – behalve bij duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht. De mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak in verband met een andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit de rechter bekend was.
2.4
Aan de herkomst en betrouwbaarheid van het stuk dat in cassatie is overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit dat stuk moet worden afgeleid dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep op 28 maart 2023 in verband met een andere strafzaak in Zwitserland was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die terechtzitting geen raadsman aanwezig was, is de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn aanwezigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 juni 2025.