ECLI:NL:PHR:2025:601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekverklaring wegens detentie verdachte in Zwitserland
De verdachte werd door het hof Amsterdam verstek niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep nadat hij niet was verschenen bij de zitting. De verdachte was veroordeeld voor mishandeling, eenvoudige belediging van een ambtenaar en overtreding van de Opiumwet. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het verstek onterecht was verleend omdat de verdachte ten tijde van de zitting in hoger beroep gedetineerd was in Zwitserland.
De Hoge Raad nam kennis van een Zwitsers vonnis waaruit bleek dat de verdachte op het moment van de zitting in hoger beroep in een Zwitserse penitentiaire inrichting verbleef. Het hof had vooraf via Nederlandse systemen gecontroleerd of de verdachte in Nederland gedetineerd was, wat niet het geval was, maar had geen rekening gehouden met de buitenlandse detentie.
De Hoge Raad oordeelde dat het verstek onjuist was verleend omdat de verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om bij de behandeling aanwezig te zijn. Gezien het grote belang van aanwezigheid bij de zitting moet de zaak opnieuw worden behandeld in hoger beroep in aanwezigheid van de verdachte.
De conclusie van de procureur-generaal strekte tot vernietiging van het arrest van het hof en terugwijzing van de zaak naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling. Er werden geen andere vernietigingsgronden gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling in hoger beroep met aanwezigheid van de verdachte.