ECLI:NL:HR:2025:992

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
24 juni 2025
Zaaknummer
24/01543
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 26.2 Leerplichtwet 1969Art. 416.2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in jeugdzaak over leerplicht

De zaak betreft een jeugdige verdachte geboren in 2005 die werd veroordeeld wegens het niet nakomen van de kwalificatieplicht als bedoeld in artikel 26.2 van de Leerplichtwet 1969. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde eerder over het hoger beroep, waarbij onder meer werd vastgesteld dat namens de verdachte geen schriftuur met grieven was ingediend.

De vader van de verdachte had een verzoek tot aanhouding van het proces ingediend, maar dit werd impliciet afgewezen en er werd verstek verleend. De verdachte stelde cassatiemiddelen in via zijn advocaat, maar de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden. Gezien het ontbreken van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven. Het beroep is derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01543 J
Datum24 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024, nummer 21-005769-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 juni 2025.