Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 juni 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft schuldheling van drie fietsen die in een garagebox van een ander werden aangetroffen. Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van verklaringen van één getuige, de medeverdachte, en ander bewijsmateriaal zoals aangiftes en sleutelonderzoek. De verdachte had zich op zijn zwijgrecht beroepen.
In cassatie klaagt de verdachte dat het bewijs uitsluitend steunt op de verklaring van één getuige, wat in strijd is met artikel 342 lid 2 Sv Pro. De Hoge Raad herhaalt dat bewijs niet uitsluitend op één getuige mag steunen zonder voldoende steun in ander bewijsmateriaal. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de verklaringen van de medeverdachte voldoende steun vonden in het overige bewijs.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de schuldheling en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende motivering bewijs, zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.