ECLI:NL:HR:2026:102

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
25/01385
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 23 januari 2026 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie van [A] tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2025. Het beroep in cassatie was ingesteld tegen de nummers 23/695 en 23/696. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was, waarbij de griffier van de Hoge Raad [A] op 14 augustus 2025 had gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken had gesteld voor de betaling daarvan. Deze brief is afgeleverd op het geregistreerde adres van [A], maar het griffierecht is niet voldaan.

Op 18 november 2025 heeft de griffier [A] opnieuw in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald, maar van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Gezien deze omstandigheden heeft de Hoge Raad op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om een veroordeling in de proceskosten uit te spreken.

De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig voldoen aan griffierechten in het cassatieproces en de gevolgen van het niet voldoen aan deze verplichting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/01385
Datum23 januari 2026
ARREST
op het door [A] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2025, nrs. 23/695 en 23/696.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief van 14 augustus 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het in de basisregistratie personen geregistreerde adres van [A]. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief van 18 november 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het hiervoor bedoelde adres van [A]. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.