ECLI:NL:HR:2026:105
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een beschikking op grond van artikel 8a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van de eerdere uitspraken, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 23 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan kans van slagen.