ECLI:NL:HR:2026:1064

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
25/02695
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake legesheffing gemeente Gooise Meren

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de geheven leges door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren. Het geschil betrof de rechtmatigheid van de legesheffing.

Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 26 juni 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/02695
Datum26 juni 2026
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GOOISE MEREN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juni 2025, nrs. BK-ARN 22/1752, 22/1753 en 22/1754 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nrs. UTR 21/113, UTR 21/115 en UTR 21/118) betreffende van belanghebbende geheven leges.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door S. Bosma, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren (hierna: het College), vertegenwoordigd door [P1] en [P2], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.