ECLI:NL:HR:2026:1102
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een door belanghebbende betaalde verhuurderheffing. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor zijn oordeel, omdat het niet noodzakelijk was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.