Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 juli 2026.
Hoge Raad
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 20 november 2022 in een taxi explosieve stoffen bij zich had ter voorbereiding van een plofkraak. De rechtbank sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs dat de pakketten explosieven bevatten. Het hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde de verdachte schuldig en baseerde zich op twee NFI-rapporten die aanwijzingen bevatten voor explosieve stoffen, waaronder kaliumperchloraat en vermoedelijke brandstof.
De verdediging verzocht in hoger beroep om aanvulling van het tweede NFI-rapport met de volledige onderzoeksopzet en resultaten van een eerder NFI-experiment, om de betrouwbaarheid van de conclusies te kunnen toetsen. Het hof wees dit verzoek af omdat uit de onderbouwing niet bleek dat de gebruikte onderzoeksmethode of resultaten werden betwist.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het verzoek heeft afgewezen zonder rekening te houden met het recht van de verdachte op onderzoek van de betrouwbaarheid van belastende deskundigenverklaringen op grond van artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens onjuiste afwijzing verzoek tot aanvulling NFI-rapport.