ECLI:NL:HR:2026:1234

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
25/00131
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 AWRArt. 52a AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikkingen belastingrecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen informatiebeschikkingen van de Staatssecretaris van Financiën heeft behandeld.

De Hoge Raad heeft het beroepschrift en de verweerschriften bestudeerd, evenals de conclusie van de Advocaat-Generaal die op 12 december 2025 tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie heeft geconcludeerd. Belanghebbende heeft hier schriftelijk op gereageerd.

De Hoge Raad heeft de middelen van het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van het arrest met nummer 25/00129 (ECLI:NL:HR:2026:1016) en heeft geoordeeld dat de middelen falen. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de informatiebeschikkingen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/00131
Datum10 juli 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, nrs. 22/2292 tot en met 22/2297 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 18/6597 tot en met BRE 18/6602 en BRE 18/6604) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.J. Koopman heeft op 12 december 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 25/00129, ECLI:NL:HR:2026:1016.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.