Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
(Kamerstukken II 2022/23, 36222, nr. 3)
3.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een feitelijke aanranding van de eerbaarheid gepleegd in 2004, waarbij de verdachte tijdens een danstraining het slachtoffer onverhoeds en onnodig aanraakte. De rechtbank veroordeelde de verdachte in maart 2024, waarna hoger beroep werd ingesteld. In juli 2024 trad de Wet seksuele misdrijven in werking, die de strafbaarstelling van aanranding wijzigde van artikel 246 (oud) Sr naar artikel 241 Sr Pro met een lager strafmaximum voor opzetaanranding.
Het hof oordeelde dat de tenlastelegging viel onder artikel 241 lid 1 Sr Pro, met een strafmaximum van zes jaar, waardoor de verjaringstermijn van twaalf jaar van toepassing was en de vervolging verjaard was. De officier van justitie werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te veronderstellen dat onverhoedse aanrakingen nooit als 'dwang' in de zin van artikel 241 lid 2 Sr Pro kunnen worden gekwalificeerd.
De Hoge Raad benadrukt dat de wetswijziging niet heeft geleid tot een voor de verdachte gunstige wijziging van de delictsomschrijving of strafmaximum die de verjaringstermijn zou verkorten. Ook kan het onverhoedse karakter van de handelingen wel degelijk duiden op 'dwang' als strafverzwarende omstandigheid. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de wetsgeschiedenis, de toepasselijke strafrechtelijke begrippen en de verjaringstermijnen, waarbij het belang van correcte toepassing van artikel 1 lid 2 Sr Pro en artikel 70 Sr Pro wordt benadrukt. De zaak illustreert de complexiteit van de overgangsrechtelijke toepassing van nieuwe strafrechtelijke bepalingen op oudere feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste toepassing van de verjaringstermijn.