Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
15 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een sportmasseur die tijdens twee massages seksuele handelingen verrichtte door zijn vingers in de vagina van de aangeefster te brengen. De aangeefster was cliënt en lag vrijwel naakt op de massagetafel. Hoewel zij niet onmiddellijk kenbaar maakte dat zij de handelingen niet wilde, oordeelde het hof dat sprake was van dwang door het onverwachte karakter van de handelingen en de kwetsbare positie van het slachtoffer.
De aangeefster deed aangifte en legde gedetailleerde verklaringen af over de plaats, frequentie en aard van de handelingen. Haar verklaringen werden ondersteund door WhatsApp-berichten waarin de verdachte zijn spijt betuigde en door getuigenverklaringen. De verdachte ontkende de seksuele handelingen, maar het hof achtte de verklaringen en het bewijsmateriaal overtuigend.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of er voldoende bewijs was voor dwang, gezien het feit dat het slachtoffer niet onmiddellijk protesteerde. De Hoge Raad bevestigde dat dwang ook kan bestaan als het slachtoffer door het onverwachte karakter van de handelingen zich niet kon verzetten. Het beroep werd verworpen en de veroordeling voor verkrachting gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de sportmasseur voor meervoudige verkrachting tijdens massages.