ECLI:NL:HR:2026:1250
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake door haar op aangifte betaalde bedragen aan verhuurderheffing. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de klachten tegen het hofarrest niet leiden tot vernietiging van die uitspraak.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is op 10 juli 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.