ECLI:NL:HR:2026:1273

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
26/00900
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Het beroepschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken. De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 4 mei 2026. Hoewel een brief op 6 mei 2026 werd ingediend, was dit na afloop van de hersteltermijn en werd deze niet in behandeling genomen.

De Hoge Raad paste artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer26/00900
Datum10 juli 2026
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 30 januari 2026, nr. SGR 25/4495 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 23 maart 2026 in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 4 mei 2026. Deze brief van de griffier is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Op 6 mei 2026 is een brief bij de Hoge Raad binnengekomen. Aangezien dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, laat de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing.
Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.