Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betreft een vermeende schending van het onmiddellijkheidsbeginsel, omdat de mondelinge behandeling plaatsvond voor de rechter-commissaris en partijen niet de gelegenheid kregen hun standpunten toe te lichten voor de meervoudige kamer die de beslissing nam.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en de arresten van het hof, en beoordeelt de klachten van eiser over de arresten. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep verworpen moest worden, waarop de advocaat van eiser schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de arresten en dat het niet nodig is om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld.
Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 30 januari 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende gronden voor schending van het onmiddellijkheidsbeginsel.