ECLI:NL:HR:2026:1290
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over WOZ-beschikking en weigert cassatie
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting 2021. Het hof liet in het midden of de heffingsambtenaar de Wet WOZ had geschonden, maar oordeelde dat belanghebbende daardoor niet benadeeld was omdat dezelfde uitkomst ook zonder schending zou zijn bereikt.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2025:1823) en bevestigt dat de gevraagde gegevens onder artikel 40, lid 2, Wet WOZ in de bezwaarfase aan belanghebbende zijn verstrekt. Hierdoor kan de klacht niet tot cassatie leiden.
Andere klachten van belanghebbende worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het hof dat belanghebbende niet benadeeld is door de WOZ-beschikking.