ECLI:NL:HR:2025:1823
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op proceskostenvergoeding bij schending Wet WOZ
Belanghebbende stelde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing voor 2020.
Het Hof had geoordeeld dat de heffingsambtenaar in strijd met artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ had gehandeld door niet te voldoen aan het verzoek om grondstaffels en KOUDV-factoren te verstrekken, maar weigerde proceskosten en griffierecht te vergoeden omdat belanghebbende uitsluitend formele punten had aangevoerd en toch in beroep zou zijn gegaan.
De Hoge Raad oordeelt dat een succesvolle schending van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ recht geeft op proceskostenvergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, en dat het feit dat beroep ook zonder schending zou zijn ingesteld geen bijzondere omstandigheid is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof over proceskosten en griffierecht en veroordeelt het Dagelijks Bestuur en de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De vergoeding wordt vastgesteld op basis van het aantal proceshandelingen, het gewicht van de zaak en de geldende waarde per punt, resulterend in een vergoeding van €2.721 voor zowel het geding voor de Rechtbank als voor het Hof, plus griffierechtvergoedingen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en op 19 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt het Dagelijks Bestuur en de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ.