ECLI:NL:HR:2026:1291
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over WOZ-beschikking en weigert cassatie
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en een aanslag onroerendezaakbelastingen 2022.
Het hof liet in het midden of de heffingsambtenaar in strijd met artikel 40, lid 2, Wet WOZ had gehandeld, maar oordeelde dat belanghebbende daardoor niet was benadeeld omdat dezelfde procedure ook zonder schending zou zijn gevolgd.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2025:1823) en oordeelt dat de gevraagde gegevens in de bezwaarfase zijn verstrekt, waardoor de klacht niet tot cassatie kan leiden.
Andere klachten van belanghebbende worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd.