ECLI:NL:HR:2026:1294
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over WOZ-beschikking en weigert cassatie
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting 2022. Het hof liet in het midden of de heffingsambtenaar de Wet WOZ had geschonden, maar oordeelde dat belanghebbende daardoor niet benadeeld was omdat dezelfde procedure ook zonder schending was gevolgd.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2025:1823) en oordeelt dat de klacht over schending van artikel 40 lid 2 Wet Pro WOZ terecht is voorgesteld, maar niet tot cassatie kan leiden omdat de gevraagde gegevens in de bezwaarfase zijn verstrekt. Ook andere klachten leiden niet tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad ziet geen reden voor proceskostenveroordeling en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat belanghebbende niet is benadeeld door de WOZ-beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het hof dat belanghebbende niet is benadeeld door de WOZ-beschikking.