Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
omvang hoger beroep
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over investeringen in drie agrarische projecten in Canada, waarbij de eisers schadevergoeding vorderen wegens onjuiste advisering en vervalsing van handtekeningen op een royementsvolmacht. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof verklaarde onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid van de verweerders jegens de eisers.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend door niet ambtshalve alle aangevoerde verweren van de verweerders te behandelen, waaronder verjaring en klachtplicht. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de verweerders aansprakelijk achtte zonder in te gaan op hun verweer dat zij niets met de verwijten te maken hadden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.