Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
het verkochte””
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 juli 2026.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen buren over de eigendom van een strook grond die feitelijk wordt begrensd door een hek, maar die afwijkt van de kadastrale grens. De verkopers hadden in 2013 een perceel grond verkocht aan verweerders, waarbij de koopovereenkomst en leveringsakte het perceel omschreven volgens kadastrale gegevens, zonder verwijzing naar het hek dat feitelijk als erfafscheiding fungeerde.
Eisers, die het aangrenzende perceel in 2018 kochten, betwisten dat de strook grond onderdeel uitmaakt van het verkochte perceel en stellen dat er sprake is van een titelgebrek. De rechtbank en het hof oordeelden dat de koopovereenkomst en leveringsakte objectief moeten worden uitgelegd en dat de strook grond deel uitmaakt van het verkochte perceel, mede omdat het hek niet als feitelijke grens in de akte is opgenomen en verweerders niet wisten dat het hek niet op de kadastrale grens stond.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep van eisers af. De Hoge Raad overweegt dat de uitleg van de koopovereenkomst en leveringsakte correct is toegepast volgens de Haviltex-maatstaf en dat het belang van rechtszekerheid en de openbare registers voor derden zwaarwegend is. Eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de strook grond eigendom is van verweerders volgens de kadastrale grens en wijst het beroep van eisers af.