ECLI:NL:HR:2026:1311
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 19 december 2025. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 6 maart 2026 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling.
De aangetekende brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna de brief per gewone post naar het adres van belanghebbende werd verzonden. Het griffierecht werd echter niet voldaan. Op 7 april 2026 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarmee werd aangenomen dat belanghebbende op die datum van het bericht op de hoogte was.
Belanghebbende maakte geen gebruik van de gelegenheid om te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 17 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.