Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
24 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij de verdachte na een woordenwisseling met de aangever, die zijn hond ongelijnd uitliet, hem negenmaal in borst en rug stak. In eerste aanleg werd de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces. Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan twee jaren voorwaardelijk.
In cassatie stelde de verdachte onder meer dat het hof onjuist was uitgegaan van de verklaring van de aangever over de volgorde van het steken en het gebruik van pepperspray. Daarnaast werd aangevoerd dat het hof onvoldoende had gemotiveerd welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet was overschreden, en dat de strafmotivering daardoor onbegrijpelijk zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor poging tot doodslag met een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan twee voorwaardelijk.