ECLI:NL:HR:2026:139
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 30 januari 2026 uitspraak gedaan in een cassatieberoep van belanghebbende, vertegenwoordigd door A.M.L.R.M. van der Sande, tegen de Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P]. Het beroep in cassatie was gericht tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 juni 2025, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de Rechtbank van 1 oktober 2024 werd behandeld. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten over de uitspraak van de Rechtbank duidelijk niet kunnen slagen. Daarom heeft de Hoge Raad besloten om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren, zoals toegestaan onder artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is openbaar uitgesproken en is gewezen door de raadsheren in de samenstelling van M.T. Boerlage als voorzitter, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, met J.P.J. van Kampen als waarnemend griffier.