ECLI:NL:HR:2026:153

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
23/04900
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 lid 1 SrArt. 41 lid 1 SrArt. 359 lid 1 SvArt. 359 lid 2 SvArt. 358 lid 3 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering verwerping noodweerverweer

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor mishandeling door het geven van schoppen tegen de benen, zoals omschreven in art. 300 lid 1 Sr Pro. Het hof 's-Hertogenbosch had het noodweerverweer van de verdachte verworpen zonder dit met voldoende redenen te onderbouwen, in strijd met art. 359 lid 1 juncto Pro art. 358 lid 3 Sv Pro.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof, maar beperkte dit tot het subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, met uitzondering van de vrijheidsbeperkende maatregel omtrent het contactverbod. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest voor zover het de verwerping van het noodweerverweer en de strafoplegging betreft.

De Hoge Raad benadrukte dat het hof de feitelijke grondslag van het noodweerverweer had moeten onderzoeken, de voorwaarden voor aanvaarding van het verweer had moeten beoordelen en een gemotiveerde beslissing had moeten geven. De zaak is terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.

De vrijheidsbeperkende maatregel met betrekking tot het contactverbod blijft in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 10 februari 2026 uitgesproken.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het noodweerverweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04900
Datum10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2023, nummer 20-002352-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 7 subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, met uitzondering van de vrijheidsbeperkende maatregel voor zover die betrekking heeft op het contactverbod met [betrokkene] , en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.7 en 2.8.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 7 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.