ECLI:NL:HR:2026:162

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
24/03538
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep medeplegen opzettelijke brandstichting in personenauto

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 september 2024, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke brandstichting in een personenauto. De verdachte had het vuur aangestoken terwijl een medeverdachte de vluchtauto ging halen, hetgeen het hof als voldoende nauwe en bewuste samenwerking kwalificeerde.

De advocaat van de verdachte stelde een cassatiemiddel voor, maar de advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, en uitgesproken op 3 februari 2026. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest inzake medeplegen opzettelijke brandstichting blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03538
Datum3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 september 2024, nummer 21-000295-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 februari 2026.