Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijke brandstichting waarbij gemeen gevaar voor goederen bestond. De zaak betreft brandstichting op 23 januari 2022 waarbij een auto in brand werd gestoken op een parkeerplaats bij de woning van de aangever.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het bewezenverklaarde medeplegen onvoldoende gemotiveerd is en dat uit de bewijsvoering geen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte kan worden afgeleid. Ook stelde zij dat het opzet van de medeverdachte niet uit de bewijsvoering blijkt.
De advocaat-generaal concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een gezamenlijke uitvoering van het delict, ondanks dat de medeverdachte niet zelf het vuur heeft aangestoken. Uit getuigenverklaringen, forensisch onderzoek en gedragingen van de verdachten volgt een nauwe samenwerking. Het middel faalt dan ook en het cassatieberoep dient te worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte veroordeelde voor medeplegen van opzettelijke brandstichting blijft in stand.