Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 september 2023, waarin de verdachte werd veroordeeld voor het verkopen van cocaïne en witwassen van de opbrengsten daarvan. De verdachte had cassatie ingesteld tegen het hofarrest.
De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde straf, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en hoefde dit niet nader te motiveren.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, werd ambtshalve de straf verminderd van 30 maanden (waarvan 10 maanden voorwaardelijk) naar 29 maanden gevangenisstraf met dezelfde voorwaardelijke duur en proeftijd. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafduur en verwierp het beroep voor het overige.
Daarnaast werd de verbeurdverklaring van alle geldbedragen uit de cocaïnehandel bevestigd. De zaak betrof ook de vraag of het in de kassa aangetroffen bedrag van €145 als witwassen kon worden aangemerkt, hetgeen door de Hoge Raad werd bevestigd op basis van artikel 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: Veroordeling bevestigd met vermindering van gevangenisstraf naar 29 maanden wegens termijnoverschrijding.