Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft het openbaar ministerie cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin aan het OM de opdracht werd gegeven om toekomstige logbestanden tijdig toe te voegen aan het procesdossier. Deze logbestanden betroffen gegevens die als geheimhoudersinformatie waren aangemerkt in een strafrechtelijk onderzoek naar valsheid in geschrift.
De Hoge Raad oordeelt dat de wet geen grondslag biedt voor een rechter in een beklagprocedure om het OM een dergelijke opdracht te geven. Dit oordeel is gebaseerd op de overwegingen in een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2026:171). Daarom wordt het cassatiemiddel gegrond verklaard en wordt het onderdeel van de beschikking dat deze opdracht bevat vernietigd.
Voor het overige wordt het beroep verworpen, waarmee de overige beslissingen van de rechtbank in stand blijven. De uitspraak benadrukt de grenzen van de bevoegdheden van de rechter in beklagprocedures en de bescherming van geheimhoudersinformatie binnen strafrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de opdracht aan het OM om toekomstige logbestanden toe te voegen aan het procesdossier wegens gebrek aan wettelijke grondslag.