Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
10 februari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over medeplegen van voorbereidingshandelingen en uitvoer van amfetamine naar Denemarken en Finland, deelname aan een criminele drugsorganisatie en gewoontewitwassen.
De verdachte stelde onder meer vragen over de inzet en betrouwbaarheid van bewijsmateriaal verkregen via een criminele burgerinfiltrant (A-4110) en de juridische kwalificatie van het buiten Nederland brengen van drugs. De Hoge Raad verwees naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:178) en oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
De Hoge Raad vond het niet nodig om uitgebreid te motiveren omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, en bevestigt de rechtmatigheid van het bewijs en de juridische kwalificaties in de onderliggende strafzaak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen uitvoer amfetamine en deelname aan een criminele organisatie.