Uitspraak
ZD-07 hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2019 tot en met 11 oktober 2019 in [plaats] en of [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk uitvoeren van 140 kilo, althans (een) gro(o)t(e) hoeveelhe(i)d(en) amfetamine (speed), een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (bestemd voor Finland) voor te bereiden en/of te bevorderen, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (sub 2)
ZD-08 hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2019 tot en met 2 maart 2020 in [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] en/of elders in Nederland en in Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland te brengen, in de zin van artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van 300 kilo, althans (een) gro(o)t(e) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne en/of (meth)amfetamine (speed, ice) en/of MDMA, althans in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (bestemd voor Australië), voor te bereiden en/of te bevorderen, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s) zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (sub 2),
ZD-09 hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2020 tot en met 2 maart 2020 in [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 86 kilo amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; artikel 1 lid 5 Opiumwet Pro
ZD-10 hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2020 tot en met 1 maart 2020 in [plaats] en/of en/of [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit, als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, van 30 kilo, althans (een) gro(o)t(e) hoeveelhe(i)d(en) amfetamine (speed), een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, (bestemd voor Denemarken) voor te bereiden en/of te bevorderen, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), een ander heeft getracht te bewegen om dat feit mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn (sub 1)
ZD-11 hij in of omstreeks de periode 3 januari 2018 tot en met 2 maart 2020 in [plaats] en/of [plaats] ,in de gemeente [gemeente] en/of [plaats] en/of [plaats] , in elk geval in Nederland en in Finland en in Thailand, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] , welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven namelijk:
ZD-12, ZD-14, ZD-16 en ZD-17 hij in of omstreeks de periode van 13 april 2019 tot en met 8 november 2019, in [plaats] en/of [plaats] , gemeente [gemeente] en/of [plaats] en/of [plaats] , in elke geval in Nederland en in [plaats] (Finland), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, geldbedragen, te weten
Juridisch kaderNiet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging komt, afgezien van de in de wet geregelde gevallen, slechts in uitzonderlijke situaties in aanmerking. Als het gaat om een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv - dus een onherstelbaar vormverzuim dat is begaan in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit - is voor dat rechtsgevolg alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. [2]
[Hof: de maatstaf uit ECLI:NL:HR:2004:AM2533]als volgt. De strekking ervan is, in het geval dat een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt, dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro, niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging plaatsvindt. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces dat niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat – in de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – “the proceedings as a whole were not fair”. In het zeer uitzonderlijke geval dat op deze grond de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging in beeld komt, hoeft echter niet – in zoverre stelt de Hoge Raad de eerder gehanteerde maatstaf bij – daarnaast nog te worden vastgesteld dat de betreffende inbreuk op het recht op een eerlijk proces doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte heeft plaatsgevonden. Aanleiding voor niet-ontvankelijkverklaring op deze grond kan bijvoorbeeld bestaan in het geval dat de verdachte door een opsporingsambtenaar dan wel door een persoon voor wiens handelen de politie of het Openbaar Ministerie verantwoordelijk is, is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet al daarop was gericht (vgl. HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0655), of waarin gedragingen van politie en justitie ertoe hebben geleid dat de waarheidsvinding door de rechter onmogelijk is gemaakt (vgl. HR 8 september 1998, ECL:NL:HR:1998:ZD1239).
2. Algemeen standpunt van de verdediging
3. Algemeen standpunt van het Openbaar Ministerie
4. Oordeel van het hof
A - Formele rechtmatigheid tot inzet criminele burgerinfiltrant, formele rechtmatigheid
B - De feitelijke inzet van A-4110 als burgerpseudokoper/-dienstverlener,
burgerinformant en burgerinfiltrant
C - De betrouwbaarheid van A-4110
D - Schending van het Tallon-criterium?
E - Overige vormverzuimen
5. Bewijs
6. Bewezenverklaring
7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8. Strafbaarheid van verdachte
9. Oplegging van straf en/of maatregel
10. Beslag
1. Algemene inleiding onderzoek Vidar
Gedurende het politieonderzoek is gebruik gemaakt van diverse opsporingsmiddelen, waaronder infiltranten. Er is gebruik gemaakt van opsporingsambtenaren, maar ook van inzet van burgers. Een aantal van deze infiltranten is eerst ingezet als pseudokoper/pseudodienstverlener en/of als stelselmatig informatie-inwinner.
- Stelselmatige observatie, art. 126g/o Sv
3. Algemeen standpunt van het Openbaar Ministerie
“De wet in formele zin.
Zoals hierboven overwogen, wordt in de tekst van de wet geen onderscheid gemaakt tussen criminele en niet criminele burgerinfiltranten. Bij de totstandkoming van de wettelijke bepaling is er ook aandacht geweest voor dit vraagstuk. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat de wetgever zich bewust is van de bijzondere risico’s die met de inzet van burgers voor infiltratie gepaard gaan. In de memorie van toelichting is vervolgens opgenomen: “Met de inzet van infiltratie door criminele burgers zal nog terughoudender moeten worden omgegaan”. [8] Dit betekent dat de inzet van criminele burgerinfiltranten nadrukkelijk is besproken en niet is uitgesloten. De Tweede Kamer heeft vervolgens de motie Kalsbeek aanvaard [9] , zijnde een motie waarin wordt uitgesproken dat een verbod geldt voor de politie en het Openbaar Ministerie op het inzetten van criminele burgerinfiltranten. Het hof stelt vast dat de Tweede Kamer geen gebruik heeft gemaakt van het instrument van amendement. Dit heeft dus niet geleid tot een wijziging van de wet in die zin dat er een verbod op de inzet van een criminele burgerinfiltrant in de formele wet is opgenomen. De motie Kalsbeek heeft evenwel tot een rechtspraktijk geleid waarbij gedurende langere tijd geen gebruik werd gemaakt van de criminele burgerinfiltrant.
“Het College van procureurs-generaal stemt vooraf en schriftelijk in met een bevel als bedoeld in artikel 126ff, onderscheidenlijk een overeenkomst als bedoeld in de tweede afdeling van titel Va van het Eerste Boek en als bedoeld in artikel 126zu, een wijziging of een verlenging daarvan.”
1 Het College van procureurs-generaal kan geen beslissingen nemen indien niet ten minste drie leden aanwezig zijn.
2 Het College neemt beslissingen bij meerderheid van stemmen.
3 Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
4 Bij reglement stelt het College nadere regels met betrekking tot zijn werkwijze en besluitvorming. Het reglement en wijzigingen daarvan behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Het reglement of een wijziging daarvan wordt na de goedkeuring gepubliceerd in de Staatscourant.
5 In het reglement wordt in ieder geval geregeld in welke gevallen de voorzitter een voorgenomen beslissing aan Onze Minister voorlegt, daaronder zijn in ieder geval begrepen de beslissingen bedoeld in artikel 140a van het Wetboek van Strafvordering.
“De rechtbank is van oordeel dat deze randvoorwaarde valt te vereenzelvigen met het in voornoemde bepaling(art. 126w Sv)
vervatte proportionaliteitsbeginsel. [48] Behoudens aanwijzingen voor het tegendeel zullen bij de internationale drugshandel naar algemene ervaringsregels per definitie zware criminelen en criminele organisaties zijn betrokken. De rechtbank doelt daarbij in het bijzonder op de personen aan de top van de organisatie, dan wel de personen die het middenkader van de organisatie vormen. In het onderzoek Vidar is daarvan ook sprake geweest. (…) Het gaat in de zaak Vidar (…) om aanmerkelijke handelshoeveelheden harddrugs, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat de internationale handel in harddrugs de samenleving ernstig kan ontwrichten omdat achter die handel doorgaans een wereld van (grootschalige) georganiseerde en ondermijnende criminaliteit schuilgaat, waarbij het gebruik van (excessief) geweld niet geschuwd wordt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan deze randvoorwaarde is voldaan.”
“De rechtbank is van oordeel dat deze voorwaarde valt te vereenzelvigen met het in artikel 126w, tweede lid, Sv vervatte subsidiariteitsbeginsel. [49] Aan deze subsidiariteitseis is reeds voldaan, zoals hierboven is toegelicht.”
“Dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant moet plaatsvinden onder strikte voorwaarden blijkt reeds uit de wettelijke voorwaarden waaronder de inzet plaats mag vinden, maar ook uit de wijze waarop de infiltratie zal moeten worden uitgevoerd. De uitvoering zal geen afbreuk mogen doen aan de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing. [51] In de Aanwijzing is ten behoeve daarvan opgenomen dat bij de inzet van een criminele burgerinfiltrant steeds bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de betrouwbaarheid en de stuurbaarheid van de in te zetten burger. De burgerinfiltrant zal dan ook altijd begeleid moeten worden door een opgeleide begeleider van de afdeling Afgeschermde Operaties van de Landelijke Eenheid. [52]
“In de Aanwijzing wordt bij de zin "De inzet moet kortdurend zijn en er wordt geen gebruik gemaakt van groei-infiltranten" in een voetnoot expliciet verwezen naar een uitlating van Minister Opstelten hieromtrent ("Zie pag. 20, Kamerstukken II 2013/2014, 29 279, nr. 195"). De rechtbank leidt hieruit af dat het College daarmee tot uitdrukking brengt dat aan voornoemde voorwaarde de volgende uitleg gegeven dient te worden:Minister Opstelten: (...) Het tweede punt betreft het korte traject. Het gaat er daarbij niet alleen om dat het een kort traject in tijd is. Het gaat primair om het doel van de inzet. Het moet een direct te bereiken doel zijn, zonder te veel tussenstappen. Dat wordt er ook mee aangegeven. De inzet leidt direct tot het verzamelen van het benodigde bewijs, bijvoorbeeld over een drugsdeal. Het gaat om een eenmalige inzet. Dat is hierbij het punt. Dit staat tegenover de niet toegestane langere trajecten, waarin meerdere stadia worden doorlopen om het doel te bereiken. Ik noem als voorbeeld: eerst een kleine drugsdeal organiseren, dan een iets grotere en daarna de grote klapper waarmee de hoofddader in beeld komt. Dat kan dus niet. Dan heb je een groeitraject. [55]
kortin elke zaak een andere betekenis zal hebben. Veeleer zal met burgerinfiltratie de nodige tijd gemoeid zijn. Een en ander zal mede worden bepaald door de concrete omstandigheden van de specifieke zaak. Al het voorgaande bezien heeft de rechtbank een juiste afweging gemaakt en volgt het hof de rechtbank in haar conclusie.
dat Minister Grapperhaus - zij het via een in beknoptheid uitblinkende brief - op 21 maart 2019 toestemming heeft verleend voor de inzet van criminele burgerinfiltrant in het onderzoek Vidar. [65]
a. het misdrijf en indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;
b. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat sprake is van een verdenking van een misdrijf;
c. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, en
d. de geldigheidsduur van het bevel.
a. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;
b. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is;
c. de aard van de goederen, gegevens of diensten;
d. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, en
e. het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
Het doel van deze introductie is te komen tot:
- de pseudokoop van een hoeveelheid harddrugs en/of de pseudodienstverlening met betrekking tot handelingen die betrekking hebben op het bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en/of vervaardigen van harddrugs;
- het winnen van vertrouwen van [medeverdachte 8] en
- het zicht krijgen op de vermoedelijke contacten van [medeverdachte 8] met kaderleden van de [motorclub 2] .
Voorts is in de overeenkomst opgenomen dat de burger bij de uitvoering van de bij deze overeenkomst overeengekomen bijstand aan de opsporing wordt begeleid door opsporingsambtenaren van het team Werken onder Dekmantel van de landelijke eenheid. Bij de uitvoering van deze overeenkomst heeft het team Werken onder Dekmantel van de landelijke eenheid - bij wijze van inspanningsverplichting/zorgplicht - voortdurend oog voor de veiligheid van Burger.
Voorts is in de overeenkomst opgenomen dat de burger recht heeft op een onkosten- en uurvergoeding als bedoeld in artikel 1 onder Pro h van de Circulaire bijzondere opsporingsgelden ten bedrage van € 50,- per uur bij de inzet. [71]
- gezien de reacties van [medeverdachte 8] kan blijken dat hij zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen en dat een burgerpseudokoop van harddrugs in de maak is.
- A-4110 lijkt het vertrouwen van [medeverdachte 8] gewonnen te hebben en is bezig de getuige A-4133 te introduceren.
- Uit de bij proces-verbaal van bevindingen vastgelegde ontmoeting, die [medeverdachte 8] met A-4110 op 24 mei 2018 heeft gehad, blijkt dat [medeverdachte 8] met betrekking tot de handel in harddrugs niet zelfstandig kan handelen. Tijdens deze ontmoeting zegt [medeverdachte 8] dat hij overleg moet plegen met een derde persoon en mensen niet kan passeren.
- Na de tweede ontmoeting is de volgende dag contact met [verdachte] , vicepresident bij de [motorclub 2] te [plaats] .
- Bij de derde ontmoeting heeft A-4110 [medeverdachte 8] met de buitenlandse A-4133 laten kennismaken en is een vervolg hiervan op handen.
- Vrijwel direct na de derde geregisseerde ontmoeting op 5 juli 2018, rijdt [medeverdachte 8] naar de woning van [verdachte] in [plaats] .
- Op 30 juli 2018 is een spontane ontmoeting geweest tussen [medeverdachte 8] en A-4110. Tijdens deze ontmoeting is een afspraak gemaakt voor de volgende dag.
- Op 31 juli 2018 heeft een geregisseerde ontmoeting plaatsgevonden en daarbij zijn nadere plannen gemaakt voor de burgerpseudokoop door getuige A-4133. In de eerste week van september 2018 zal getuige A-4133 weer naar Nederland komen om tot de pseudokoop te komen.
Er blijkt aldus dat een aanstaande burgerpseudokoop/-dienstverlening op handen is waar A-4110 onderdeel vanuit maakt op grond waarvan wordt verzocht de overeenkomst met A-4110 te verlengen. [72] Uit het dossier blijkt dat de overeenkomst op 15 augustus 2018 is verlengd voor de duur van 12 weken en eindigt op 15 november 2018. [73]
- Op donderdag 30 augustus 2018 werd namens de WOD door A-4110 de afspraak gemaakt om op dinsdag 4 september 2018 tot een pseudokoop van één kilo cocaïne door de buitenlandse A-4133 te komen.
- Op dinsdag 4 september 2018 heeft een geregisseerde ontmoeting plaatsgevonden tussen [medeverdachte 8] met A-4110 en A-4133, waarbij het voornemen was om tot de pseudokoop te komen, hetgeen uiteindelijk niet is geslaagd.
- Op maandag 10 september 2018 heeft een gesprek plaats gevonden tussen [medeverdachte 8] en A-4110. Hierin is besproken dat in oktober 2018 een vervolg zal komen van de vertrouwens-pseudokoop van 1 kilo cocaïne door A-4133.
- Op woensdag 10 oktober 2018 heeft getuige A-4110 een geregisseerde ontmoeting gehad met [medeverdachte 8] . Hierbij is door A-4110 een bestelling gedaan van 100 gram cocaïne en één kilogram speed. Deze harddrugs zijn maandag 15 oktober 2018 in een geregisseerde ontmoeting, door tussenkomst van A-41 10, aan A-4133 geleverd door [medeverdachte 8] .
- Door de WOD zal voor A-4110 en A-4133 een geregisseerde ontmoeting worden gepland in november 2018, waarbij een grotere hoeveelheid harddrugs bij [medeverdachte 8] zal worden besteld.
Bij de eerste ontmoeting(-en) tussen [medeverdachte 8] en A-4133 zal A-4110 aanwezig zijn. Onduidelijk is of de vertrouwensband tussen A-4133 en [medeverdachte 8] op korte termijn van die mate is, dat A-4110 het contact met [medeverdachte 8] kan beëindigen. Daarmee heeft A-4110 mogelijk een langduriger en meer stelselmatig contact met [medeverdachte 8] .
In de mail wordt vermeld dat zij recentelijk van de officier van justitie Burgeroperaties bericht hebben ontvangen dat bij getuige A-4110 zich een beginnende vasculaire dementie aan het manifesteren is. De diagnose is gesteld door een arts in het land waar A-4110 verblijft en is daarom niet te delen met de proces-deelnemers omdat daaruit is af te leiden in welke land A-4110 verblijft. Naar aanleiding van dit bericht hebben de advocaten-generaal de volgende vragen opgeworpen:
Interview begeleidende medewerkers politieEr zijn twee begeleidende politiemedewerkers aanwezig die informatie kunnen geven over het beloop van mogelijke cognitieve problemen. Een van de medewerkers kent onderzochte al sinds 2016 (start operatie), de tweede medewerker kent onderzochte ongeveer 2 jaar. (…) Meest opvallende verandering bij onderzochte was het horen van geluiden (bv. kloppen op de deur) en stemmen die er niet waren, waar hij soms heftig op kon reageren (bv. naar een bovenbuurman die hij geagiteerd aansprak en beschuldigde). Dit begon in 2017/2018 en deze later als ‘waanbeelden’ getypeerde verschijnselen namen in ernst toe. Sinds ongeveer een half jaar gebruikt hij medicatie, (antipsychotica, slaapmedicatie) en inmiddels zijn deze waanbeelden nagenoeg afwezig. Ook slaapt hij nu goed, wat lange tijd een probleem was. Onderzochte hoort al lange tijd slecht, ook spreekt hij onduidelijk, binnensmonds. (…) Volgens beide agenten is het geheugen normaal. (…) Onderzochte geeft aan geen geheugenproblemen te hebben. (…) Hij is erg opgelucht dat hij geen waanbeelden meer heeft. Hij had hier veel last van, vooral van de stemmen die altijd dreigend waren. Deze kwamen het meest voor in de nacht, vooral einde van de nacht. Hij heeft zich altijd wel achteraf gerealiseerd dat de dreigingen (bv. ‘we komen je zo halen’) niet echt waren. (…)
"Omdat betrokkene vaak wel non-verbaal adequaat reageert in het contact (oogcontact, knikken, bevestigen) ontstaat de indruk dat hij het nodige wel hoort en begrijpt. Maar dat is zeker niet het geval. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat onderzochte maar heel beperkt actief aangeeft iets niet helemaal te hebben begrepen of te hebben verstaan en vervolgens datgene doet of vertelt wat hij meent gehoord of begrepen te hebben. Dit kan tot misverstanden leiden en mogelijk zelfs de indruk wekken dat hij ‘verward’ overkomt door zijn niet passende antwoorden. Bij verhoor is het belangrijk bij onderzochte nadrukkelijk te verifiëren of hij de gestelde vragen voldoende heeft verstaan en begrepen, bijvoorbeeld door consequent de gestelde vragen door hem te laten herhalen."Op de vraag of deze beginnende aandoening (of een andere aandoening) aanwezig was tijdens de inzet van de getuige in het onderzoek Vidar of toen de getuige werd gehoord in eerste aanleg bij de rechter-commissaris heeft prof. dr. Ponds geantwoord:
“Deze vraag is op basis van de huidige informatie niet goed te beantwoorden. De enige informatie waarover we nu beschikken is hetgeen de politiemedewerker die hem al kent sinds 2016 hierover meldt. Hij ziet geen veranderingen in (cognitief) functioneren tussen nu en 2016 en beoordeelt onderzochte als iemand die nu nog even ‘scherp’ is als in 2016. Hij heeft wel een tijdlang minder goed gefunctioneerd (met de eerste tekenen in 2017/2018) door het slechte slapen en het horen van stemmen, maar dit is met medicatie verholpen.” [97]
De advocaten-generaal hebben naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting bij het hof, op verzoek van het hof, een aanvullend proces-verbaal laten opmaken. [99] Uit dat proces-verbaal volgt dat de officier van justitie in mei 2018 niet bekend was met de mentale problemen van A-4110 en dat hij in augustus 2023 door de advocaat-generaal is geïnformeerd dat sprake zou zijn van beginnende vasculaire dementie.
“Meest opvallende verandering bij onderzochte was het horen van geluiden (bv. kloppen op de deur) en stemmen die er niet waren, waar hij soms heftig op kon reageren (bv. naar een bovenbuurman die hij geagiteerd aansprak en beschuldigde). Dit begon in 2017/2018 en deze later als ‘waanbeelden’ getypeerde verschijnselen namen in ernst toe.”.
laterzijn getypeerd als waanbeelden. Als overwogen zijn de WOD-begeleiders B-2820, B-2821 en B-2992 in de zaken van beide medeverdachten [medeverdachten 5 en 6] expliciet ondervraagd op de vraag of zij op de hoogte waren van psychische klachten bij A-4110. Deze verklaringen zijn in het dossier van verdachte gevoegd. Zij hebben die vragen concreet beantwoord en die beantwoording is inhoudelijk in overeenstemming met het nadien door de advocaten-generaal ingebrachte proces-verbaal. Die antwoorden kunnen bovendien passen in de door (wie dan ook) aan prof. dr. Ponds gegeven achtergrondinformatie.
“
De infiltrant mag het verrichten van bepaalde handelingen door de verdachte, noodzakelijk voor het bewijzen van strafbare feiten, wel ensceneren, maar het moet blijken dat de verdachte ook zonder tussenkomst van de infiltrant tot het plegen van deze of soortgelijke feiten zou zijn gekomen. De infiltrant maakt de bij de verdachte bestaande opzet slechts zichtbaar De gerichtheid van de opzet van de verdachte kan blijken uit concrete inlichtingen, afkomstig van een betrouwbaar gebleken bron – bijvoorbeeld een informant – die aangeven dat een verdachte voornemens is of bezig is strafbare feiten te plegen. Het is daarnaast van belang te beschikken over gegevens die het meer waarschijnlijk maken dat bedoelde concrete inlichtingen juist zijn. In dit verband kan gedacht worden aan informatie inhoudende dat de verdachte eerder is veroordeeld voor eenzelfde delict, of bij de politie als pleger van een soortgelijk delict als het op te sporen delict bekend staat. Achteraf moet dus kunnen worden vastgesteld dat de verdachte de misdrijven ter zake waarvan hij wordt vervolgd, ook zou hebben begaan als de infiltrant er niet was tussen gekomen. Aan infiltratie is inherent dat sprake kan zijn van beïnvloeding van het opereren van de groep van personen waarin wordt geïnfiltreerd. Om geloofwaardig te zijn dient de infiltrant vaak een actieve rol te spelen in de groep. Hij dient betrokken te raken bij de groep van personen of de criminele organisatie om er vervolgens deel van uit te gaan maken, zodat hij informatie en bewijsmateriaal kan vergaren die nodig is in het belang van het onderzoek. Bovengenoemde voorwaarde beoogt te verzekeren dat de infiltrant bij zijn optreden, personen niet verleidt tot strafbare gedragingen waarop hun opzet niet reeds tevoren was gericht. Daarbij behoeft het niet alleen te gaan om misdrijven die door deze personen worden gepleegd, maar het kan ook gaan om misdrijven die worden beraamd. Het optreden van de infiltrant mag er niet toe leiden dat deze personen misdrijven gaan beramen waar zij zonder tussenkomst van de infiltrant niet toe gekomen waren.’’ [107] ( Vorenstaande toelichting – voor zover deze ziet op het Tallon-criterium – heeft ook betrekking op de pseudokoop of -dienstverlening (zie p. 34 van de Memorie van Toelichting). [108] Traject [medeverdachte 8]
Vanuit hun functie als begeleider bij het team Werken onder Dekmantel hebben B-2820 en B-2821 dinsdag 9 januari 2018 contact gehad met A-4110. Deze laatste staat ingeschreven in het register van het Team Burger in Opsporing van de Landelijke Eenheid. A-4110 gaf in dat gesprek aan dat hij benaderd was door - een voor de begeleiders onbekende - [medeverdachte 8] .
Hij op woensdag 3 januari 2018 aan de [adres] in [plaats] werd aangesproken door [medeverdachte 8] . Hij zei: "Hoi hoe is het alles goed met je?” Getuige vertelde dat hij net op vakantie was geweest. [medeverdachte 8] vroeg hem vervolgens: "doe je nog weleens wat? Getuige weet dat [medeverdachte 8] hiermee bedoelt, wapens handelen, drugs handelen, getuige zegt dat [medeverdachte 8] weet dat getuige altijd mee liep met [naam] . Getuige bevestigde [medeverdachte 8] vraag en [medeverdachte 8] , die met vrouw of vriendin was, zei vervolgens: "kom eens bij me langs misschien kunnen we wat doen". Getuige sprak met [medeverdachte 8] af dat hij bij hem langs zou komen. Op 11 januari 2018 is getuige langs de woning van [medeverdachte 8] gereden in [plaats] . Hij heeft een vriend van [medeverdachte 8] gebeld, genaamd [naam] , om te vragen of [medeverdachte 8] nog in [plaats] woonde. Getuige kreeg via [naam] het telefoonnummer van [medeverdachte 8] . Getuige heeft – hij denkt op 12 januari 2018 – [medeverdachte 8] gebeld. [medeverdachte 8] zei naar hem toe te komen op de [adres] . [medeverdachte 8] is bij getuige in de auto gestapt en zij hebben een gesprek gehad. Getuige zei tegen [medeverdachte 8] : "wat zoek je". [medeverdachte 8] zei: "ik zoek iemand voor speed, liever iemand uit het buitenland dan iemand uit Nederland". "Speed kost weinig investering en levert wel wat op" vertelde [medeverdachte 8] getuige. Getuige vroeg [medeverdachte 8] of hij nog wat met transport deed. [medeverdachte 8] zei: "de vorige keer dat we daar over spraken vertrouwde je mij niet". Getuige vroeg hem: "hoezo". [medeverdachte 8] zei: Je keek mij zo raar aan". Dit gesprek was aldus getuige bij [naam] in [plaats] , daar hadden zij een gesprek over het vervoer van cocaïne met boten. Getuige had [medeverdachte 8] had toen voorgesteld bij [naam] in [plaats] , [medeverdachte 8] was daar met een Hindoestaanse jongen die nu ook bij de [motorclub 1] is. Getuige denkt dat dit voorzover hij weet niets is geworden. [medeverdachte 8] zei dat hij altijd nog belang bij transport heeft, hij zei: "alleen cocaïne kost te veel inkoop, dan moet je teveel investeren". Hij zei dat hij liever speed deed, dit is voorhanden. [medeverdachte 8] zei dat de jongens met die hesjes er niet bij komen. [medeverdachte 8] zei: we hebben afgesproken dat we bij zaken doen geen hesjes meer aan doen" Hij zei verder dat die jongens met speed niets te maken hebben. Getuige heeft tegen [medeverdachte 8] gezegd dat hij gaat kijken of hij iemand kent. Getuige heeft verder niets over speed of cocaïne gezegd. Getuige zegt dat [medeverdachte 8] wel weet wel dat getuige van vroeger contacten in Denemarken heeft. Getuige kent deze [medeverdachte 8] meer dan 10 jaar, weet zijn achternaam niet. [medeverdachte 8] is aldus getuige ergens in de 30 jaar oud. [medeverdachte 8] wil zich graag profileren in de bovenwereld als de maffia. Hij reed eerder als chauffeur van [naam] , dit is een van de rijksten van Friesland. Toen getuige hem in het begin kende had hij meerdere wapens in de verkoop. Getuige weet dat [medeverdachte 8] lid is van de [motorclub 1] . Deze [motorclub 1] is een supportclub van de [motorclub 2] in [plaats] . [medeverdachte 8] is full member, welke rang weet hij niet. De Hindoestaan die zijn kameraad is zit in de wit. [medeverdachte 8] doet van alles als het maar geld oplevert, drugshandel, wapenhandel. In [plaats] is het algemeen bekend dat [medeverdachte 8] goede contacten heeft met de [motorclub 2] in [plaats] . Getuige weet dat [medeverdachte 8] een vriendin heeft die uit [plaats] komt. De vader van die vriendin heeft een Bakkerij in [plaats] ".Uit het bovengenoemd proces-verbaal van verdenking volgt dat uit een zoekslag in de politiesystemen vervolgens naar voren komt dat ene [medeverdachte 8] , 32 jaar, sergeant at arms is van de [motorclub 1] in [plaats] .
[medeverdachte 8] sergeant at arms is van de outlaw motorcycle gang [motorclub 1] in [plaats] , een supportclub van de [motorclub 2] in [plaats] . [medeverdachte 8] heeft contact met de kaderleden van de [motorclub 2] , te weten: [naam] , president; [verdachte] , vice-president; [naam] , treasurer; [naam] , sergeant at arms; [naam] , sergeant at arms. Ook zijn er aanwijzingen dat [medeverdachte 8] zich vermoedelijk bezighoudt met cryptocurrency.In dit proces-verbaal worden de geboortedata en vermoedelijk door hen gebruikte telefoonnummers beschreven. [115]
Het hof stelt vast dat op basis van deze verdenking zoals neergelegd in het proces-verbaal van 20 april 2018 ten aanzien van verdachte [medeverdachte 8] een opsporingsonderzoek met de naam Vidar is gestart. Over die start en de daaraan voorafgaande periode zijn meerdere getuigen gehoord. A-4110 heeft in die verhoren verklaard hoe de contacten met [medeverdachte 8] in de beginperiode verliepen. De WOD begeleiders hebben daarover ook verklaringen afgelegd. Het hof stelt op basis van de inhoud van het dossier, waaronder die verklaringen van B-2820 en B-2821, vast dat het opsporingsonderzoek in de zaak daadwerkelijk is aangevangen nadat het proces-verbaal van verdenking was opgemaakt en de officier van justitie daarover een beslissing had genomen. De uitleg van de beide WOD-begeleiders van A-4110 maakt duidelijk dat in de beginperiode tussen 9 januari 2018 (het eerste moment dat zij van A-4110 vernamen dat ene [medeverdachte 8] en A 4110 een ontmoeting hadden gehad) en het moment dat het opsporingsonderzoek en evenmin daarvóór, geen instructie aan A-4110 is gegeven in de richting van [medeverdachte 8] . Helder is geworden dat er contact bestond tussen de WOD-begeleiding en A-4110 in die tijd, dat vond evenwel plaats in de afbouwfase van een eerder onderzoek. De WOD-begeleiders hebben uitgelegd dat tegen A-4110 in die beginperiode voorafgaand aan de start van het opsporingsonderzoek niet anders is gezegd dat A-4110 in zijn contact met [medeverdachte 8] , een bekende van A-4110, kon doen wat hij altijd doet en dat dat zijn eigen keuze was. Het hof acht dat navolgbaar.
Uitlokking?
van analyse eerste contacten januari 2018 A-4110 en [medeverdachte 8]volgt dat [naam] verdachte [medeverdachte 8] (op 12 januari 2018 om 12:06 uur) meedeelt dat A- 4110
het telefoonnummer van [medeverdachte 8] [kenteken] moet hebben. Verdachte [medeverdachte 8] appt zijn telefoonnummer naar [naam] om 12:37 uur direct gevolgd door een duimpje omhoog van verdachte [medeverdachte 8] [116] . Volgens de telefoongegevens van verdachte [medeverdachte 8] belt A-4110 diezelfde dag om 14:00 uur met verdachte [medeverdachte 8] en – volgens zowel de verklaring van verdachte [medeverdachte 8] en A-4110 –rijdt A-4110 kort daarna naar [medeverdachte 8] die bij A-4110 in de auto plaatsneemt. In de geparkeerde auto voeren beiden een gesprek. Dat gesprek op 12 januari 2018 gaat in de visie van A-4110 en verdachte [medeverdachte 8] - hoe dan ook - over drugs.
U houdt mij voor dat ik zeg (pag. 1264: het hof begrijpt tijdens de eerste gearrangeerde (OVC) ontmoeting op 24 mei 2018) dat ik iemand had voor die snelle, maar dat ik eerder heb gezegd dat [medeverdachte 8] daarmee moet komen. U maakt er wat anders van. Er was afgesproken dat ik een klant voor hem zou zoeken, daarom zei ik dat ik iemand voor die snelle heb. Ja klopt, dit was dus een vervolg op een eerder gesprek. U vraagt mij wie de leiding had in die gesprekken. Wij samen, het moet bij hem weg komen niet bij mij. Ik kan niet leveren, bij [medeverdachte 8] moeten de drugs weg komen. U vraagt mij of ik de leiding had in de gesprekken. Nee dat denk ik niet. [medeverdachte 8] is mondig genoeg.
[medeverdachte 8] wordt gebeld door NNman (het hof begrijpt: A-4110). [117]
Het hof stelt vast dat vervolgens op donderdag 24 mei 2018 om 15:24 uur verdachte [medeverdachte 8] telefonisch contact opneemt met A-4110 en een afspraak maakt elkaar kort erna te ontmoeten.
NNman (A-4110) zegt dat [medeverdachte 8] laatst vroeg om een onderdeel voor zijn Harley. NNman zegt dat hij die nu heeft,kan weer logisch passen bij hetgeen A-4110 heeft verklaard over wat eerder op 16 januari 2018 in de auto tussen verdachte en A-4110 is besproken, namelijk dat verdachte [medeverdachte 8] een - liefst buitenlandse - afnemer zoekt. Dit maakt dat het hof eerder bevestiging ziet van hetgeen A-4110 over de aanloop in januari 2018 verklaart dan dat het hof twijfel heeft over hetgeen A-4110 verklaart. Het hof zal hieronder de (niet door middel van OVC vastgelegde) verklaringen van A-4110 over de aanloop in januari 2018, verder beoordelen.
willenleveren van drugs, maar door omstandigheden tijdelijk niet
kunnenleveren omdat zijn vaste toeleverancier van speed gevangen is genomen. Daarbij zegt verdachte in het eerste gesprek op 24 mei 2018 dat hij A-4110 eerst nog één keer wil zien en vraagt daar bevestiging van, zegt daarbij ook dat hij zich wel even moet indekken en niemand wil passeren, en dat het leuk en top is dat A-4110 weer helemaal terug is en zegt lachend aan A-4110:
Je mutte weer wat verdiene hier of niet?Het hof kan in het verloop van dit gesprek op geen enkele manier het door verdachte beweerde pushen en dwingen van A-4110 ontwaren. In zijn verhoren bij de rechter-commissaris heeft A-4110 ook uitleg gegeven over de wijze waarop het gesprek liep. Die uitleg over de gebruikte woorden in hun onderlinge communicatie acht het hof navolgbaar. A-4110 heeft ook op overtuigende wijze uitleg gegeven dat hij niet in de positie was jegens verdachte [medeverdachte 8] dominant te zijn. Die uitleg van A-4110 wordt ook ondersteund door de inhoud van de onderlinge communicatie zoals die door middel van OVC is vastgelegd. Zoals hierboven overwogen was het verdachte [medeverdachte 8] die initiatief in het gesprek nam en bepaalde wat er gebeurde en hoe dat zou gaan.
“Uit de hierna, onder het kopje "Bewijs". genoemde bewijsmiddelen kan afgeleid worden dat verdachte reeds in januari 2018 de wil had om opzettelijk harddrugs buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Verdachte heeft deze wil nadien in de gesprekken met A-4110 en/of A-4133 en/of verdachte in de periode van mei 2018 tot en met oktober 2018 meermalen tot uitdrukking gebracht. Verdachte heeft in de aanloop naar het onder 1 ten laste gelegde feit bovendien op geen enkel moment aangegeven zich te willen distantiëren van handel in verdovende middelen. De bewijsmiddelen geven daarentegen blijk van een zekere gretigheid aan de zijde van verdachte om verdovende middelen te leveren en om zaken te doen op de langere termijn. Verdachte wilde geld verdienen. Uit de bewijsmiddelen volgt eerder dat de wil van verdachte ten tijde van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten nog onverkort aanwezig was.
- Verdachte bedient zich in de communicatie met A-4110 en/of A-4133 en/of verdachte, daar waar het gaat over de handel in verdovende middelen, van versluierend taalgebruik kennelijk met de bedoeling om over dit onderwerp te spreken zonder dat dit concreet uit de communicatie blijkt. Voor de deelnemers aan de communicatie is het immers duidelijk waarover wordt gesproken, maar op basis van de letterlijke tekst van de gesprekken is dat voor een buitenstaander niet per definitie het geval.
- Het is een feit van algemene bekendheid dat betrokkenen bij de handel in verdovende middelen zich niet zelden bedienen van dergelijk versluierend taalgebruik om identificatie en crimineel handelen te verbergen en om uit het zich van politie en justitie te blijven, en de opsporing te bemoeilijken en om eventueel "meeluisterende" opsporingsinstanties zand in de ogen te strooien. Verdachte hield daarnaast rekening met de mogelijkheid dat hij afgeluisterd of gevolgd of betrapt zou kunnen worden en richtte zijn gedrag daarop in. Dit duidt op een geraffineerde en professionele manier van handelen.
- Verdachte is bekend met de actuele prijzen voor cocaïne en speed en de beschikbaarheid van deze middelen.
- Verdachte heeft kennis van de kwaliteitseisen van cocaïne en amfetamine.
- Verdachte heeft kennis van de handel in verdovende middelen en de daarmee gepaard gaande risico's.
- Verdachte beschikt over het vermogen en de relaties om op relatief korte termijn aan een handelshoeveelheid cocaïne te komen.
De rechtbank is van oordeel dat uit het vorenstaande een objectieve verdenking kan worden gedestilleerd dat verdachte zich reeds eerder bezighield met criminele activiteiten op het gebied van de Opiumwet en dat hij de predispositie had om soortgelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht het in het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden dan ook niet aannemelijk geworden dat A-4110 verdachte heeft gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.
1.Verklaring verdachte ter terechtzitting hof
2.PGP-identificatie
- De username [naam] ( [medeverdachte 4] ) staat opgeslagen in de contactenlijst van [naam] ( [medeverdachte 2] );
- De username [naam] ( [verdachte] ) staat opgeslagen in de contactenlijst van [naam] ( [medeverdachte 6] ), [naam] ( [medeverdachte 5] ) en van [naam] ( [medeverdachte 2] )
- De username [naam] ( [verdachte] , voorafgaand aan [naam] ) staat opgeslagen in de contactlijst van [naam] ( [verdachte] ), [naam] ( [medeverdachte 6] ) en van [naam] ( [medeverdachte 2] );
- De username [naam] ( [medeverdachte 6] ) staat opgeslagen in de contactenlijst van [naam] ( [verdachte] ), [naam] ( [medeverdachte 5] ) en van [naam] ( [medeverdachte 2] );
- De username [naam] ( [medeverdachte 5] ) staat opgeslagen in de contactenlijst van [naam] ( [verdachte] ), [naam] ( [medeverdachte 6] ) en van [naam] ( [medeverdachte 2] );
- De username [naam] ( [medeverdachte 2] ) staat opgeslagen in de contactenlijst van [naam] ( [medeverdachte 6] ), [naam] ( [verdachte] , opgeslagen onder de bijnaam 'lelijkerd') en [naam] ( [medeverdachte 5] ). [182] Een username wordt opgeslagen in de contactenlijst door een actieve handeling van de gebruiker van het Encrochat toestel. [183]
3.Uitleg van namen, termen en begrippen
hoerente spreken waar
kilo’s amfetaminewerden bedoeld. Voorts verwees [medeverdachte 8] naar de drugs als auto-onderdelen, of speciaal naar amfetamine/speed als 'snel'. [185] [medeverdachte 8] zelf heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat met
snellewordt bedoeld:
speed. [186] Ingevolge het proces-verbaal van zaaksdossier 9 wordt vastgesteld dat
snellestraattaal voor speed oftewel amfetamine is. [187] De politie heeft in het proces-verbaal van bevindingen specifiek over versluierend taalgebruik het volgende beschreven:
snelle, snel, fast,
sandwich, hoerendoor het hof wordt begrepen dat speed oftewel amfetamine wordt bedoeld. De termen
wit, snelle, blok, cake, of neusstaan voor cocaïne. Het hof stelt vast dat motoronderdelen of motorgerelateerde items ook wel worden gebruikt om drugs woordelijk te bemantelen. Naar het oordeel van het hof is de vaststelling van de politie dat in de onderlinge communicatie (en daarin te lezen afspraken daarover) dat bewust gebruik wordt gemaakt van aanduidingen die duiden op bewust gebruik van (vrouwelijke) liefdesrelaties, wanneer termen gebruikt worden als
babe, darling, honeyof bijvoorbeeld
schatje.Het hof duidt de term
papop basis van de context en samenhang in het dossier veelal als geld. [189]
4.Zaaksdossiers en bewijs
powerhadden.
[naam]. Dit is de naam die de boer gebruikt. In het gesprek tussen [medeverdachte 2] en de boer geeft de boer aan dat hij nog geld moet krijgen. A-4110 weet dat de boer nog € 5.000,00 zou krijgen. [517]
safete maken, omdat ik mijn beloftes nakom. [740]
vicebeslist of het aanbod van A-2421 wordt geaccepteerd. [759]
chapteraan de ketting. Elke vrijdagavond hebben ze feest. Dan lopen de
colorsdaar met blikjes bier.
chapter dog.
het hof begrijpt hier en verder:de man met de [naam]: Zes.
Numero unois dit. Het kan niet zo zijn dat we dit
[naam]zei dat jij reed?
5.Overwegingen met betrekking tot het bewijs
- de handel in verdovende middelen genereert winsten in contant geld. In het drugscircuit gaan grote bedragen om;
- het voorhanden hebben van grote contante geldbedragen door privé personen is, in het geval dat geld op legale wijze is verkregen, hoogst ongebruikelijk vanwege het risico van onder meer diefstal, waarbij het geld niet is verzekerd;
- coupures van € 500,00 worden in het normale Nederlandse betalingsverkeer maar zelden gebruikt, terwijl deze wel voorkomen in het criminele milieu;
- het vanuit het buitenland fysiek van vervoeren van grote bedragen in contanten brengt een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich;
- het rectaal - en dus heimelijk - vervoeren van grote geldbedragen vanuit het buitenland is hoogstens (het hof leest: hoogst) ongebruikelijk en
- het onder de grond bewaren van grote hoeveelheden geld is hoogstens (het hof leest: hoogst) ongebruikelijk.
6. Bewezenverklaring
hij in de periode van 24 januari 2020 tot en met 2 maart 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 86 kilo amfetamine (speed), zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
zaaksdossier 10)
hij in de periode van 25 januari 2020 tot en met 1 maart 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
hij in de periode 3 januari 2018 tot en met 2 maart 2020 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] , welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven namelijk:
hij in de periode van 13 april 2019 tot en met 8 november 2019, in Nederland en/of in [plaats] (Finland), tezamen en in vereniging met anderen, geldbedragen, te weten
7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8. Strafbaarheid van de verdachte
9. Oplegging van straf en/of maatregel
10. Beslag
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.