Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
10 februari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidingshandelingen en uitvoer van amfetamine naar Finland, deelneming aan een criminele drugsorganisatie en gewoontewitwassen. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en onder meer besloten tot onttrekking aan het verkeer van een wit poeder in een glazen pot en een plastic potje met daarin poeder.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het arrest dat betrekking had op de onttrekking aan het verkeer van de genoemde poeders, omdat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bezit van deze voorwerpen in strijd was met de wet of het algemeen belang.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest uitsluitend voor dat onderdeel, zonder terugverwijzing. Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 10 februari 2026.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het deel over onttrekking aan het verkeer van poeder in potten, het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.