Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:210

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
24/03242
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in geschil over pensioenoverzicht AOW-verzekering

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de vaststelling van verzekeringsperiodes voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) op basis van een pensioenoverzicht.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/03242
Datum6 februari 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 mei 2024, nr. 23/354 AOW [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 22/2950) betreffende een aan belanghebbende verstrekt pensioenoverzicht waarbij de periodes zijn vastgesteld waarin belanghebbende verzekerd is geweest voor de Algemene Ouderdomswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.