In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [eiser] is van 1 juli 1990 tot 1 september 2020 eigenaar geweest van het perceel met woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] (hierna: [a-straat 1]) en hij is vervolgens eigenaar geworden van het naastgelegen perceel met woning aan de [a-straat 2] (hierna: [a-straat 2]).
(ii) [eiser] heeft [a-straat 2] gekocht van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), die al eigenaar van dit perceel was toen [eiser] in 1990 op [a-straat 1] kwam wonen. [betrokkene 1] is inmiddels overleden en heeft geen partner of kinderen achtergelaten.
(iii) [eiser] heeft [a-straat 1] verkocht aan [verweerders] en op 1 september 2020 aan hen overgedragen.
(iv) De beide percelen grenzen aan elkaar. Tegen de zijgevel van het huis aan de [a-straat 1] staat een afgesloten houten aanbouw die deels over de kadastrale erfgrens met [a-straat 2] staat (hierna: ‘de aanbouw’). De door de aanbouw bebouwde strook grond van het kadastrale perceel [a-straat 2] (hierna: de strook grond) meet ongeveer 0,65 meter bij 5,1 meter. De aanbouw was in 1990, toen [eiser] [a-straat 1] kocht, al aanwezig en de situatie is sindsdien ongewijzigd gebleven.
(v) In de NVM-vragenlijst voor de verkoop van [a-straat 1] die door [eiser] is ingevuld, heeft [eiser] de vraag “
1.a. Zijn er nadat u het perceel in eigendom hebt gekregen nog andere, eventuele aanvullende notariële of onderhandse akten opgesteld met betrekking tot het perceel?” met “
nee” beantwoord. De vragen
1.b.: “
Zijn er voor zover u bekend mondelinge of schriftelijke afspraken gemaakt over aangrenzende percelen? (Denk hierbij aan regelingen voor het gebruik van een poort, schuur, garage, tuin, overeenkomsten met meerdere buren, toezeggingen, erfafscheidingen.”;
1.c.: “
Wijken de huidige terreinafscheidingen volgens u af van de kadastrale eigendomsgrenzen? (Denk hierbij ook aan strookjes grond van de gemeente die u in gebruik heeft, of grond van u die gebruikt wordt door de buren.)”;
en 1.d.: “
Is een gedeelte van uw pand, schuur, garage of schutting gebouwd op grond van de buren of andersom?”;
heeft [eiser] onbeantwoord gelaten.
Bij vraag 1.e.: “
Heeft u grond van derden in gebruik?”, heeft [eiser] ‘ja’ omcirkeld. De vervolgvraag “
Zo ja, welke?” heeft hij beantwoord met: “
Kadastraal van buren: was aanwezig/situatie in 1990 bij aankoop”.
(vi) In november 2021 hebben [verweerders] aan [eiser] te kennen gegeven dat zij de aanbouw willen vervangen door een nieuwbouwwerk van dezelfde grootte.
(vii) [eiser] heeft in februari 2022 [verweerders] gesommeerd de aanbouw te verwijderen en de erfgrens te respecteren.