ECLI:NL:HR:2026:244
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verkorting maximale looptijd 30%-regeling loonbelasting
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betrof over de inhouding van loonbelasting in januari en februari 2021.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de 30%-regeling, waarbij de maximale looptijd van deze regeling is verkort, ook in gevallen waarin eerder een beschikking met een langere looptijd was afgegeven. Belanghebbende voerde onder meer aan dat deze verkorting in strijd zou zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad verwijst naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:123) waarin deze gronden reeds zijn behandeld en verworpen. De middelen van belanghebbende falen daarom. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Het arrest is gewezen door raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk en op 13 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling.