ECLI:NL:HR:2026:246
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verkorting maximale looptijd 30%-regeling loonbelasting
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam over de inhouding van loonbelasting in 2021. De zaak betrof de toepassing van de 30%-regeling, waarbij de maximale looptijd van deze regeling door de wetgever was verkort.
De Hoge Raad overwoog dat de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling ook geldt in gevallen waarin eerder een beschikking met een langere looptijd was afgegeven. Dit betekent dat de staat van de looptijd van de regeling niet onherroepelijk vaststaat als er geen bezwaar is gemaakt tegen de beschikking.
De Hoge Raad toetste de zaak aan het zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat de verkorting van de looptijd rechtmatig is. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verwees naar een gelijktijdig arrest met soortgelijke overwegingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling wordt bevestigd.