ECLI:NL:HR:2026:255
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting 2014-2018
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur behandelde over naheffingsaanslagen omzetbelasting en belastingrente over de jaren 2014 tot en met 2018.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 13 februari 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.